Leven in Tamale

Waar denk jij aan als ik zeg ” vuur ” ?

Hoe leven ze in Tamale?

Lees de verhalen van kinderen

‘Als jullie willen eten, dan moeten jullie toch echt de handen uit de mouwen steken!’ Moeder Latifa snapt wel dat haar kinderen niet altijd zin hebben om mee te helpen en dat spelen natuurlijk ook veel leuker is, maar met zo’n groot gezin zal toch iedereen zijn steentje bij moeten dragen… Met een zucht staken ze hun potje voetbal en slenteren naar de cacaoboterboom, waar moeder Latifa met de handen in haar zij op hen staat te wachten. Mohammed, Alhassan en Hakim willen jullie de schapen zoeken en terug naar huis brengen? Sharifa en Ayisha, ik heb jullie hulp nodig bij het koken. Babam en Rahim, maken jullie de geitenstal schoon? En Fadila en Karima, ik wil dat jullie op zoek gaan naar brandhout. We zijn door al het hout heen!’ Fadila en Karima kijken elkaar opgewekt aan. Dit is niet de vervelendste klus die er gedaan moet worden! Ze pakken elk een cutlass -een groot ijzeren hakmes- en gaan naar de slijpsteen, die half ingegraven in de grond onder de cacaoboterboom ligt. Ze slijpen hun cutlass superscherp door hem hard over de natte steen heen en weer te halen en gaan daarna op weg.

De hutten van deze grote familie staan in een klein dorp, net buiten de grote stad Tamale. Dat is fijn, want ze zitten dus zo in de bush om het hout bij elkaar te sprokkelen. Maar veel mensen halen hier hun hout vandaan, dus moet er steeds verder gelopen worden. Bijna iedereen in Ghana is afhankelijk van brandhout of houtskool om op te koken. Er zijn natuurlijk ook mensen die een gasfles gebruiken of elektrisch koken, maar dat zijn er niet zoveel. Er worden hierdoor heel veel bomen gekapt. Bestond Ghana vroeger bijna helemaal uit regenwoud, nu is daar maar weinig meer van over…

Het hout dat ze mee moeten nemen, moet vooral droog zijn. Het hout moet dus dood zijn, anders zitten er nog teveel sappen in, waardoor het niet goed kan branden. De regen kan natuurlijk het hout ook aardig nat houden, maar gelukkig zitten ze midden in het droge seizoen.

‘Moet je kijken!’, zegt Karima. ‘Hier zijn de bush-fires ook al geweest’, en ze wijst op een flinke lap grond die helemaal zwartgeblakerd is. Puntjes vers groen gras piepen er gelukkig alweer doorheen. De natuur herstelt zich gelukkig heel snel!

In het droge seizoen komt elk jaar een groot gedeelte van de bush van Ghana om in de vlammen. Meestal wordt ’s nachts de boel in de fik gestoken. Akkers worden in brand gezet door boeren, om ze te ontdoen van onkruid. Slecht voor de natuur, maar ook wel weer een beetje begrijpelijk dat het zo gebeurt. De meeste boeren hebben geen geld om een tractor te laten komen die hun akkers omploegt. Gif spuiten om het onkruid te doden is vaak te kostbaar en om alles met de hand te doen, kost gewoon te veel tijd en energie. Gebieden worden ook in brand gezet door jagers die met het vuur de dieren op willen jagen, waar ze dan een hele koppel honden achteraan sturen om de buit te vangen… Ook door de extreme droogte en hitte vatten droge gebieden zomaar spontaan vlam.

Karima en Fadila zien een kleine verkoolde boom staan en ze lopen erop af om die in mootjes te hakken. Fadila vraagt:, ‘Als ik de boom kaal sla, wil jij dan de lange takken nog een keer doormidden tjakken?’ ‘Prima!’, antwoordt Karima en ze gaan ijverig aan de slag. De cutlass is scherp en ze moeten goed oppassen dat ze zichzelf of elkaar niet verwonden.
Fadila voelt iets op haar hoofd terecht komen. Ze veegt het eraf en ziet een zwarte veeg op haar vingers. Ze kijkt omhoog en mompelt: ’zwarte sneeuw…’. Hoewel niemand hier in Ghana ooit echte sneeuw heeft zien vallen op hun land, weten ze allemaal dat sneeuw wit moet zijn en als vlokjes naar beneden komt. Karima tuurt ook omhoog en ziet de zwart verkoolde resten van onkruid naar beneden dwarrelen. ‘Ze zijn hier in de buurt weer flink aan het fikken’, zegt Karima. Ze werken hard door en als de boom kaal is, hebben ze een flinke bundel takken op een hoop liggen. Fadila vist een reep stof uit haar zak en bindt die vakkundig om de stapel takken. ‘Dat is één!’, lacht ze en ze veegt het zweet van haar voorhoofd. Ze leggen de bundel naast de weg om die op de terugweg mee te nemen en lopen verder de bush in.

‘Kijk Karima, ik zie daar rook kringelen achter die struiken… Zullen we eens kijken?’ ‘Ja, maar voorzichtig zijn hoor, waar rook is, is vuur!’ Ze slaan zich een weg door de struiken en zien een grote berg grond waar rook uit komt… Vreemd!

‘Good afternoon’, klinkt plotseling een zware stem achter hen en verschrikt kijken ze om. Een oude man kijkt hen vriendelijk aan. ‘Wat doen jullie hier?’, vraagt hij’ ‘We zijn hout aan het sprokkelen meneer, en toen zagen we hier rook en zijn we gaan kijken. Maar wat doet ú hier als ik vragen mag?’ ‘Ik maak van hout houtskool’. ‘Oh?!’, zegt Karima. ‘Wij gebruiken dat ook vaak, maar ik heb nooit gezien hoe dat gemaakt wordt…mogen we even kijken?’ ‘Ja hoor’, zegt de man. Hij is net bezig een nieuwe hoop op te zetten. Hij legt een aantal stammen neer en dwars daarop stapelt hij allerlei takken en boomstammen. Karima en Fadila helpen hem met het aangeven van het hout. De man legt het zorgvuldig neer, dicht naast elkaar. Als het laatste hout gepakt is, is de bult hoger dan Karima en Fadila. ‘Nu moet er gras over’, zegt de man. ‘Ik zie dat jullie een cutlass bij jullie hebben, helpen jullie even mee?’ Even later staan ze alle drie ijverig gras te snijden. Met elkaar leggen ze een dikke laag gras over al het hout heen, zodat je niet meer kan zien wat er onder ligt. Dan pakt de man een ho, een, kromme, korte, typisch Afrikaanse schep. Hij heeft er nog een paar extra en samen scheppen ze over de dikke laag gras nu een flinke laag grond. Er is niets meer te zien van het gras, alleen een grote bult zand. Rondom maakt de man nu onder aan de hoop grond zo’n zes openingen. ‘Dat is om wat lucht erin te krijgen, het vuur in één ervan aan te maken en om de rook er straks uit te laten komen. Wil je even wat aanmaakhoutjes verzamelen Fadila?’ Fadila vindt het prachtig dat ze mee mag helpen en in een mum van tijd heeft ze een hand vol kleine droge takjes verzameld. Ze mag het in één van de openingen stoppen en aansteken. Even later komt er rook uit alle gaten.

Bush-fire om het onkruid kwijt te raken.. midden op de dag en vlakbij het dorp!

Bush-fire vlakbij de huizen..

Tevreden gaan Fadila en Karima op een boomstam in de schaduw zitten. Ze zweten ontzettend. Houtskool maken is zwaar werk! ‘Zullen we nog even wachten tot het klaar is?’, vraagt Karima. ‘Oké!’, zegt Fadila… De man schiet in de lach. ‘Nou, dan zitten jullie hier nog wel even hoor! Dit moet namelijk een week smeulen! Als ik jullie was zou ik daar maar niet op wachten. Kom volgende week maar terug, dan mogen jullie helpen. We gaan dan boven op de bult staan, die een eind in zal zakken onder ons gewicht. We stampen en springen erop, zodat de lange takken houtskool breken en dan gaan we de brokken tussen de grond uit vissen. We laten ze afkoelen en gaan ze in zakken stoppen. Dan hebben jullie het hele proces meegemaakt!’

‘Tof!’, zeggen ze bijna tegelijk. ‘Maar nu moeten we verder meneer, we moeten nog een hele bundel brandhout verzamelen, voordat we naar huis kunnen en zo te zien is het al vijf uur geweest!’ ‘Er liggen hier nog genoeg takken. Verzamel die maar, dan zijn jullie lekker snel klaar! Als dank voor jullie hulp!’, zegt de aardige meneer. In een mum van tijd heeft Karima een flinke takkenbos op haar hoofd. Ze lopen samen terug op zoek naar het sprokkelhout van Fadila. Het wordt al snel schemerig. Ze hebben zich toch een beetje vergist in de tijd…

Vlak voordat ze bij Fadila’s bundel zijn, horen ze geknetter achter zich. Geschrokken kijken ze alle twee om… VUUR…!!! Het is nog ver weg, maar het komt razendsnel dichterbij…’RENNEN!!!’, roept Fadila en ze rennen zo hard ze kunnen. Fadila grist haar takkenbos van de grond als ze er langs snelt en slingert die op haar hoofd. ‘Karima!, we moeten weg bij het droge gras! We moeten naar de kuil!’ Met de kuil bedoelt Fadila het grote gat midden in een akker. Dat is de plek waar mensen hun klei verzamelen om hun hutten van te maken. Dat stuk is kaal… Daar kan het vuur niet om zich heen grijpen. Ze proberen te hollen, maar het valt niet mee. De takkenbossen zijn zwaar, het is nu bijna donker en ze struikelen over van alles en nog wat… Bovendien zit het vuur hen op de hielen en daar worden ze zó zenuwachtig van! Gelukkig kennen ze hun omgeving goed en kunnen ze de kuil blindelings vinden.

Fadila rent voorop en als ze de kuil ziet roept ze keihard: ’YES!’ en springt er met takkenbos en al in. Ze verwacht dat Karima ook achter haar er induikt, maar ze komt niet. Fadila klautert meteen de kuil weer uit en hoort nu Karima om hulp roepen boven het geknetter van vuur uit. Fadila springt de kuil weer in en grijpt haar cutlass. Ze tjakt een tak van een dicht bijstaande boom waar nog veel blad aan zit en rent ermee naar Karima. ‘FADILA, HELP!!!, m’n voet zit vast!!!’, gilt ze naar haar. Fadila ziet in een flits wat er aan de hand is. Karima is in een val gelopen. Er zit een klem om haar voet, waar iemand een lekker dier mee had willen vangen om op te eten. Gelukkig heeft ze haar dikke schoenen aan en zit de klem aan de zijkant door haar schoen geboord. Karima is in paniek en weet niets anders te doen dan ‘HELP!!!’ te schreeuwen. Het vuur is nu om hen heen en Fadila reageert koelbloedig… Ze slaat met de tak het vuur om hen heen uit en gilt dat Karima haar schoen uit moet trekken. Karima worstelt ermee maar uiteindelijk lukt het haar. Op één schoen rent ze vervolgens naar de kuil, haar zware takkenbos achter zich aan slepend, met Fadila om zich heen slaand achter haar aan. Als ze eindelijk veilig samen in de kuil zitten, beseffen ze pas in wat voor gevaarlijk avontuur ze zaten. Karima kijkt naar haar blote voet en weet dat haar schoen verbrand zal zijn. Fadila heeft haar half gesmolten teenslippers uitgedaan en bekijkt de schroeivlekken in haar kleren… ’He Fadila… bedankt!’, zegt Karima zacht. Het vuur is hen voorbij gesneld en is bijna gedoofd, omdat de kale klei geen vlam kan vatten. Karima hinkt op één schoen naar haar verbrande schoen en ze gaan er alle twee even op hun hurken bij zitten om te bekomen van de schrik. Karima besluit alles mee te nemen naar huis…als een trofee…

Het is inmiddels pikdonker. Het enige ‘vuur’ dat ze onderweg nog zien zijn de honderden lichtpuntjes van vuurvliegjes die tussen het hoge gras doorvliegen. En dan zien ze uiteindelijk het kook vuur thuis waar iedereen omheen zit en ongerust op hen zit te wachten. Zodra ze Karima en Fadila aan zien komen, rennen alle broers en zusjes hen tegemoet. Ze nemen de takkenbossen over en luisteren ademloos naar het verhaal dat Karima en Fadila te vertellen hebben…

Het meisje met de zwavelstokjes..

Houtskool te koop in kleine porties!

Strijken zonder stroom met gewoon brandende kooltjes in een ijzeren strijkbout..

Als ik aan vuur denk…

Lees hier de gedachten & gebeurtenissen van kinderen over vuur!

Hamdan, 14 jaar Klas 1 JHS (Junior High School)

augustus 3rd, 2019|0 Comments

Als ik aan vuur denk dan denk ik aan het houtskool waar mijn moeder op kookt. Ze kan een grote, volle baal niet betalen, daarom koopt ze elke dag een klein plastic zakje vol wat [...]

Shafawu, 13 jaar Klas 5 (groep 7) Primary School

augustus 3rd, 2019|0 Comments

Als ik denk aan vuur dan denk ik aan het hout waar we op koken. Als het hout op is moet ik nieuwe gaan kopen van mijn moeder. Het hout leg ik op een schaal [...]

Salim, 14 jaar, Klas 1 SHS (Senior High School)

augustus 3rd, 2019|0 Comments

Als we zoals nu in het droge seizoen zitten en ’s morgensvroeg wakker worden kan het behoorlijk koud zijn. Dan maken we buiten een vuurtje waar we omheen gaan zitten om ons te warmen.  Mijn [...]

Het Fire-Festival in Tamale