Leven in Tamale

Waar denk jij aan als ik zeg ” Afval ” ?

Hoe leven ze in Tamale?

Lees de verhalen van kinderen

‘AU!!!’ Abdellah steekt snel zijn vinger in zijn mond, maar haalt hem er ook vlug weer uit. Bloed smaakt vies! Hij kijkt sip naar de snee in zijn vinger, waar rode druppels uit komen. ‘Tjaa’, zegt Rahina. ‘Ik zei toch dat je voorzichtig moest zijn. Die blikjes zijn hartstikke scherp! Laat dat maar aan je grote broers over!’ ‘Bemoei je er niet mee Rahina… dit is mannenwerk!’ Maar toch schuift hij een eindje op en kijkt van een afstandje naar de andere jongens die gave auto’s en vrachtwagens maken van lege blikjes.

‘Rommel genoeg hier om mooie dingen van te maken’, denkt Abdellah. ‘Ik ga straks wel wat anders doen!’

Rahina loopt terug naar de plek waar ze altijd al het afval van de compound naar toe vegen. Dat is haar lievelingsplek waar ze uren kan spelen! Ze scharrelt tussen de rotzooi en vindt altijd wel iets leuks. Rahina heeft veel fantasie, dus worden lege blikjes pannen waar ze in kookt, een oude tandenborstel een lepel waar je prima mee kunt roeren en hebben jullie wel eens gekookte pindadoppen gegeten? Echt lekker hoor! Afval wordt hier niet opgehaald, de grote vuiniscontainer staat een heel eind verderop, dus veeg je alles op een hoop en steek je de fik erin. Rahina vindt het heerlijk om elke keer dat vuur even aan te wakkeren en de gloeiende kooltjes te gebruiken voor haar kookkunsten. Terwijl ze net heel driftig staat te roeren komt Abdellah eraan. ‘Wat eten we vandaag?’, vraagt hij met een lach. ‘Gebakken spinnen-keutels’, zegt Rahina en ze houdt het blikje onder zijn neus. Abdellah trekt een vies gezicht en zegt: ‘ik weet wel wat beters!! Heb je zin om mee te gaan naar town? Ik heb een idee en ik kan je hulp wel gebruiken’. Rahina laat meteen haar potten en pannen in de steek, trekt snel een andere jurk aan en loopt snel met Abdellah mee. Met Abdellah op stap is altijd lachen!

‘Wat heb je voor plannen, Abdellah?’, vraagt Rahina. ‘Ik zie de mannen onder de bomen in town vaak een spel spelen, wat ik ook graag zou willen leren. Ik weet niet hoe het heet, maar ze hebben een groot vierkant bord met zwarte en witte blokken erop en dan platte rondjes ook in wit en zwart.’ Ik weet wat je bedoelt Abdellah, maar we hebben toch geen geld om dat te kopen?’ ‘Dat weet ik en dat hoeft ook niet, ik wil het zelf gaan maken!’ ‘Maar hoe dan?’, vraagt Rahina. ‘Ik dacht dat we het bord wel konden maken van een oude doos en dan tekenen we de vakjes er wel op. Maar hoe we die schijfjes moeten maken, weet ik eigenlijk niet. Heb jij een idee Rahina?’ Het is even stil, maar dan begint ze te lachen. ’Voor wit kunnen we wel doppinda’s gebruiken. En zwart mag toch ook wel rood zijn? Als het maar verschillende kleuren zijn toch? Dan gebruiken we daar pepers voor!’ Ze ziet het al helemaal voor zich. Abdellah heeft zijn bedenkingen: ‘ik weet precies hoe dat gaat, jij bent té dol op pinda’s. Die kun je toch niet op het bord houden en die verdwijnen dan één voor één in je mond. En die pepers…geen goed plan! Je raakt ze elke keer aan en als je dan even per ongeluk in je ogen wrijft, jank je de rest van de dag. Nee we moeten er iets anders op verzinnen.’

Ze lopen in gedachten verder en Abdellah schopt een steen voor zich uit. Rahina wil hem terug schoppen, maar ziet ineens naast de steen een dopje van een Coca Cola flesje liggen. Ze peutert het uit de grond en houdt het triomfantelijk omhoog. Als we hier nu eens meer van zoeken?’ Abdellah wordt enthousiast. ‘Super! En dan doen we die andere kleur wel van Fanta of Sprite!’ De hele weg lopen ze nu met hun neus naar de grond gedrukt en af en toe vinden ze een dop. Maar ze hebben nu vier verschillende kleuren en dat is niet echt nodig. Als ze in de buurt van een spot komen, gaat het beter. Een spot is een soort café. Daar wordt het drinken verkocht, dus daar moeten ze zijn. ‘Mevrouw?’, vraagt Rahina aan de dame in de spot. ‘Mogen we hier doppen zoeken?’ ‘Natuurlijk’, zegt de mevrouw. Abdellah en Rahina turen in het rond. Ze zien veel doppen en Rahina doet haar T-shirt van onderen omhoog, zodat het een soort zakje wordt en daar gooien ze alles in. ‘Jeetje Abdellah, als je zo aan het zoeken bent, dan zie je wel ongelofelijk veel rotzooi hier op straat!’ ‘Je hebt gelijk Rahina! Heel veel plastic zakjes van water, zwarte plastic draagtasjes, batterijen, noem maar op. Echt niet normaal! Het is hier echt een bende! En als ik eerlijk ben, doen wij daar altijd net zo hard aan mee! We zouden er beter om moeten denken en de zooi mee naar huis moeten nemen, om het daar te verbranden…’

Weet je wat hier van oude autobanden gemaakt wordt…

Supersterke sandalen!

‘Zeg, hoeveel doppen hebben we eigenlijk nodig?’, vraagt Rahina. ‘Geen idee! We hebben er al een heleboel, dat zullen we toch bij die mannen moeten gaan checken!’ Ze lopen verder naar town en gaan op een afstandje staan kijken bij de mannen die het bordspel spelen. Ze tellen de stenen: twintig zwarte en twintig witte. ‘Goed onthouden Rahina!’ ‘Doe ik’, zegt Rahina en ze prent het in haar hoofd. ‘Maar we moeten ook de vakjes op het bord tellen en dat zijn er zoveel, ik raak steeds in de war!’ Na heel vaak opnieuw tellen, weten ze het….100 vakjes. Dat is een mooi getal, dát kunnen ze wel onthouden. Er wordt fanatiek gespeeld door de mannen. De man die aan zet is, kletst met een hoop kabaal zijn steen op het bord, waardoor al de andere stenen een sprongetje maken, alsof ze zich een hoedje schrikken. ‘De man met de zwarte stenen gaat geloof ik winnen’, zegt Rahina. ‘Die kijkt zo blij! Die andere man is erg chagrijnig, zie je dat?!’ ‘Ja’, zegt Abdellah. ‘Die ene man heeft ook veel zwarte stenen over en die andere nog maar een paar witte’. En weer slaat de man zijn zwarte steen op het bord. Een witte steen stuitert van het bord en rolt zo tot Abdellah’s voeten. Hij raapt hem op en geeft hem aan de man van de witte stenen. Hij staat nu dichtbij en kan het spel goed volgen. Abdellah begint het al een beetje te snappen. Ook Rahina komt schuchter dichterbij en staat nu naast Abdellah. Ze kijkt gespannen toe. De man met de witte stenen, die er nog maar twee heeft, is aan de beurt. Hij smijt fanatiek zijn steen over een zwarte heen en Rahina schrikt er zo van, dat ze per ongeluk haar T-shirt loslaat en al de flessendoppen over het bord vallen. Het is een gekletter van jewelste. Stenen verschuiven en de man die aan het verliezen is roept met een brede lach dat ze maar overnieuw moeten gaan spelen. De man die aan het winnen was kijkt nu heel kwaad en roept dat hij toch wel gewonnen zou hebben. Ze gaan er zelfs bij staan om hun woorden kracht bij te zetten en ze kijken nu beiden heel boos naar Rahina en Abdellah, die de schuld van dit alles zijn. Rahina trekt Abdellah aan zijn shirt en ze rennen ervandoor, zonder ook nog maar één keer om te kijken. Als ze bijna weer thuis zijn durven ze pas weer gewoon te lopen. Ze kijken achterom om te zien of niemand hen heeft gevolgd, kijken dan elkaar hijgend aan en van de zenuwen krijgen ze de slappe lach. ‘Stomkop!’, giert Abdellah. ‘Nu zijn we ook nog eens alle doppen kwijt!’ ‘Ja, sorry hoor’, lacht Rahina. ‘Dat was geen goeie zet van me’, grapt ze.

Zelfgemaakt bordspel van doppen.

Een auto handgemaakt van een melkblikje met wielen van stukjes teenslippers..

‘Vandaag is het voor spelen gewoon geen goede dag. Eerst die snee toen ik speelgoed wilde maken, toen al de doppen kwijt door dat onhandige gedoe van jou…’ Abdellah kijkt peinzend om zich heen. Hij maakt voorzichtig een weggewaaide plastic zak los die in de struik is blijven hangen en raapt er ook eentje op die achteloos in de greppel is gegooid. Hij geeft er één aan Rahina. ‘Laten we maar aan het werk gaan’, zegt hij. ‘Misschien is dat beter!’ Rahina begrijpt meteen wat hij bedoelt en de weg terug naar huis besteden ze aan rommel opruimen. Voordat ze thuis zijn, zitten hun beide tassen al stampvol. Rahina heeft van haar T-shirt weer een zakje gemaakt, maar deze keer zitten er geen doppen in. Ze heeft een lekker groot leeg blik gevonden, waar tomatenpuree in heeft gezeten en verheugt zich erop die te vullen met één of ander prutje boven het vuurtje. Ook Abdellah heeft de zoom van zijn T-shirt in zijn mond. In zijn shirt zit een lang, rafelig touw, een groot stuk plastic en een kapot handvat van een fietsstuur. Hij gaat een vlieger proberen te maken. Maar eerst de zooi verbranden die ze gevonden hebben… De weg naar huis ziet er al een stuk beter uit!

De vuilnismannen en vrouwen van Tamale met hun handgemaakte bezems en mondkapjes tegen het stof.

Sommige vuilnismannen hebben een brommer met een bakje erachter, waarmee ze het afval naar de containers rijden.. De vuilnisbrommer

Vroeger werd alles verpakt in balderen of iets anders uit de natuur. Dan was het niet zo erg als het op straat kwam, want dan aten de dieren het wel op.

Als ik aan afval denk…

Lees hier de gedachten & gebeurtenissen van kinderen over afval!

Fatima, 11 jaar, Klas 4 (groep 6) Primary School

augustus 3rd, 2019|0 Comments

Als ik aan afval denk dan denk ik aan het vegen van onze compound… Elke morgen sta ik om vijf uur op om samen met de andere meisjes die bij ons op de compound wonen [...]

Binyamim, 13 jaar, Klas 6 (groep 8) Primary School

augustus 3rd, 2019|0 Comments

De leraren op school hebben me geleerd om niets zo maar op straat te gooien en daar hou ik me ook aan. Alleen kleine snoeppapiertjes -dat moet ik eerlijk zeggen- die gooi ik wel op [...]

Haruna, 12 jaar Klas 4 (groep 6) Primary School

augustus 3rd, 2019|0 Comments

Mijn zus veegt elke dag de compound. We hebben daar een afval emmer die iedereen bij ons kan gebruiken. Als die vol is dan leegt ze die in de grote container een eind verderop in [...]

Wat een rommel en dat vlak voor een school!