Als ik denk aan vuur dan denk ik aan het hout waar we op koken. Als het hout op is moet ik nieuwe gaan kopen van mijn moeder. Het hout leg ik op een schaal en op mijn hoofd draag ik het naar huis. Als we veel nodig hebben is dat best zwaar!

Ik draai dan een doek in een rolletje op mijn hoofd want anders doet het zeer!
Gelukkig hoeven we het zelf niet te gaan zoeken en te kappen. Hier in de stad zijn veel plaatsen waar ze het met een grote vrachtwagen komen brengen en daar kun je het dan gaan kopen. We koken thuis ook op houtskool wat we in een soort stoof doen. Meestal koken we buiten, maar als het hard waait of regent dan doen we het gewoon in huis. Ik zou niet graag op gas willen koken, want ik weet niet goed

hoe dat werkt en misschien laat je het dan ‘s nachts wel aan staan en vliegt je huis in de brand!
Mijn zus vertelde dat er eens een vrouw rijst aan het bakken was in olie en dat de vlam in de pan sloeg… Het vuur heeft de heel buurt in brand gezet!
Ieder jaar vieren we natuurlijk het Fire-Festival in Tamale. Iedereen maakt een fakkel van gras en we gaan dan met elkaar zingend over straat. Op een speciaal teken steken we onze fakkels allemaal aan… Dat is zo’n mooi gezicht! Soms doen we speciaal poeder op de top en dan knettert het net alsof je met een klapperpistool aan het schieten bent! Ik trek dan altijd oude kleren aan want je krijgt altijd wel brandplekjes in je kleren! Ik maak mijn gezicht altijd wit met talkpoeder en dan zie ik er heel eng uit! Maar er lopen mensen bij die er nog veel griezeliger uitzien hoor!